Beleid 2e lijn

U bevindt zich hier: Home | Werkafspraken | Transmurale afspraken | Aortaklepstenose - RTA ZO Brabant | Beleid 2e lijn

Beleid 2e lijn

a. Anamnese en initieel onderzoek

Vóór het eerste consult bij de cardioloog is er bij de patiënt (minimaal) een ECG gemaakt.

Anamnese:

  • Klachten, beloop van klachten, klachten gedurende inspanning, risicofactoren, co-morbiditeit/cardiale voorgeschiedenis, medicatiegebruik

Lichamelijk onderzoek:

  • O.a.  auscultatie van hart en longen, bloeddruk, polsfrequentie, lengte, gewicht, controle oedeem.

b. Vervolgonderzoek

Mogelijke vervolgonderzoeken zijn o.a.:

  • Echo, X-thorax, inspanningstest, labonderzoek (minimaal: Hb, nierfunctie en eventueel NT-proBNP).

Bij symptomatisch ernstige aortaklepstenose worden vervolgonderzoeken gepland als voorbereiding op de ingreep. Vervolgonderzoeken bestaan o.a. uit:

  • X-thorax;
  • CAG;
  • eventueel CT-scan;
  • eventueel consulten bij overige specialismen.

c. Doorverwijzing 3e lijn

  • Patiënten met symptomatisch ernstige aortaklepstenose;
  • Patiënten met asymptomatisch ernstige aortaklepstenose zonder typische klachten, bij slechter wordende linkerkamerfunctie.

Daarnaast kan een klepingreep worden overwogen als:

  • Patiënten met asymptomatisch ernstige aortaklepstenose met een snelle progressie (>0,3 m/s per jaar) en/of een maximale snelheid van de aortaklep van >5,5 m/s.

De informatie die nodig is voor het tertiair centrum is:

  • Voorgeschiedenis;
  • Lengte en gewicht;
  • Medicatie;
  • Anamnese;
  • Co-morbiditeit;
  • Volledig lichamelijk onderzoek (o.a. bloeddruk, auscultatie);
    • Indruk van vitaliteit van patiënt;
  • ECG en beschrijving;
  • Lab onderzoek (o.a. bezinking, Hb, kreat);
  • Thorax foto (verslag);
  • Echo (verslag en beelden);
  • Inspanningstest (indien uitgevoerd);
  • CAG (verslag en beelden);
  • EUROSCORE risicofactoren;
  • Focusonderzoek kaak;
  • Voorstel van verwijzend cardioloog (incl. onderbouwing m.b.t. wijze van interventie);
  • Eventueel overige consulten afhankelijk van de voorgeschiedenis van de patiënt.