Verslag Grande Conférence 2019 - Malta

U bevindt zich hier: Home | Scholingen | Conférences | Verslag Grande Conférence 2019

Verslag Grande Conférence 2019 - Malta

25 jaar Grande Conférence

Grande Conférence 2019 - Malta

Verslag door Hans van Hirtum

De Grande Conférence werd dit jaar voor de 25e keer gehouden. Aan dit jubileum werd aandacht besteed met een overzicht van de thema’s van al die jaren, met een prachtige fotopresentatie en fotoalbums. Ook nu weer ging het verkennen van elkaars werkwijze en zienswijze door specialisten, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in een uitstekende sfeer. Je leert ook elkaar persoonlijk beter kennen. Dat maakt overleg en samenwerking makkelijker.

Dag 1. Hoe werk je aan verandering en verbetering?

Voordracht: Op weg naar Netwerkzorg? door Hans van Hirtum.

De overheid heeft afspraken met specialisten en huisartsen gemaakt in de Hoofdlijnen Akkoorden met als doel de uitgavestijging te beperken. Vanaf 2022 mag de ziekenhuiszorg niet meer groeien en de huisartsenzorg nog beperkt groeien. Hiervoor moet de Zorg Op de Juiste Plek geboden worden. Per regio wordt dit ingericht: voorkomen (preventie en zelfzorg), verplaatsen (naar thuiszorg en huisarts) en vervangen (door technologie en e-health). In onze regio hebben specialisten, RvB en huisartsen overlegd over samenwerking in Netwerkzorg. Het Elkerliek stelt voor met Better In – Better Out om patiënten beter voor te bereiden op operaties, 1,5e lijn voor betere nazorg bij CVA patiënten, 1,5e lijn om onnodige verwijzingen te voorkomen naar de pijnpoli, e-health ondersteuning voor patiënten met long- en darmziekten en 1,5e lijns consultatiemogelijkheden voor de huisarts. Huisartsen noemen communicatie verbeteren, consultatie van specialisten, functieonderzoeken met advies (vaatlab, varices, OSAS, audiogram, fietsergometrie) osteoporose en vaatrisicopoli naar de huisarts, rechtstreeks verwijzen voor behandeling bij CTS en melanoom, optometrist in de 1e lijn. Better In – Better Out kan van start zonder de huisarts, de andere voorstellen worden nader bekeken. Er is dus een begin gemaakt. Landelijk en in onze regio worden obstakels genoemd om tot goede samenwerking in Netwerkzorg te komen. Huisartsen geven aan geen verdere taakverzwaring te willen. Eerste- en tweedelijns financiering is gescheiden, het ziekenhuis is voor de bekostiging afhankelijk van volumeproductie en de ICT-systemen sluiten niet op elkaar aan. De vraag is verder welke zorg kan er gestopt worden en hoe, om de druk op het ziekenhuis te verminderen.

Voordrachten en discussie met Marius Buiting, arts en jurist.

Marius Buiting heeft door zijn vele functies in de zorg een jarenlange ervaring met besturen en omgaan met veranderingen. Je moet 25 jaar vooruitdenken. We zijn goed in het richten (we willen goede zorg), verrichten (meteen zorg leveren), maar herinrichten is moeilijk. Een Design maken is niet iets leuk bedenken (bijvoorbeeld een nieuw automodel), maar een set waarden ontwikkelen die relevant zijn voor de toekomst (de auto moet jarenlang verkocht kunnen worden). Er zijn voorbeelden in de maatschappij van herinrichting zoals het concept supermarkt, diploma’s zijn soms niet meer vereist, thuisbezorging van online bestelde voeding. Hij ziet ook verandering in de maatschappij – shit happens - waar we in de zorg mee te maken hebben. Zoals personeelstekorten en een toenemend gebruik van technologie. En het individu verandert van volledig afhankelijk van zorg met nadruk op patiënt zijn, naar meer nadruk op goed leven, burger zijn, wat inhoudt meer zelfregie en participatie. We houden te weinig rekening met ontwikkelingen die op ons afkomen, we blijven vaak hetzelfde doen. Bijvoorbeeld met het concept Zorg Op de Juiste Plek is er geen sprake van taakherschikking die anticipeert op het personeelstekort. Een probleem is dat de zorg in Nederland meer dan elders verdeeld is in instellingen en disciplines die los staan van elkaar. Hij laat zich inspireren door de Theory of U van Otto Scharmann die helpt bij het maken van nieuw design. In stappen: opnieuw kijken zonder vooroordeel, leren aanvoelen van het veld, verbinden met wat wil ik en wat kan ik, uitkristalliseren van intentie en visie, proberen van ideeën op kleine schaal en tot slot inpassen in bestaande structuren. Hij houdt een krachtig pleidooi contacten te leggen met mensen buiten de eigen beroepsgroep en hun ervaringen te gebruiken. Het gaat dan om contacten met andere werkers in de zorg en andere zorginstellingen, alsook met patiënten en gewone burgers. En hij pleit voor een actieve i.p.v. reactieve houding (niet pas reageren bij rood licht maar anticiperen bij groen licht), voor herdefiniëren van taken en functies van zorgverleners en meer gebruik maken van zorgtechnologie en zelfredzaamheid. Kijk naar voorbeelden van de vele burgerinitiatieven -coöperaties. En in de zorg zie je nieuwe concepten, bijvoorbeeld Humanitas, Buurtzorg, JP vd Berg stichting, Gezondheidspact Utrecht en in New York een huisartsencentrum, waarbij door taakherschikking zorgvragen naar hun gelang hun zwaarte beantwoord worden door resp. onderlinge hulp, eenvoudige verzorging, verpleging, of ten slotte de huisarts. Hij geeft ook praktische adviezen. Ga op bezoek in het buurthuis en bij andere zorginstellingen. Neem 20 patiënten uit je bestand en vraag hen naar hun ideeën en suggesties voor de zorg. Geef patiënten en mantelzorgers meer verantwoordelijkheid. Of bijvoorbeeld in plaats van standaardzorg aan ieder kun je ook minder tijd geven aan mensen die zelfredzaam zijn, en juist meer aan echt afhankelijke mensen. Begin klein en vergroot dan de schaal. Veranderen is ‘continu laden en gummen’ en gaan van een tijd-geld naar een kosten-waarden perspectief. Het was een boeiend verhaal dat je aan het denken zet en in de discussie kwamen voorbeelden naar voren die dit aanvulden, zoals een gezamenlijke site waar patiënten hun gegevens beheren en de arts kan inloggen en er gebeurt al veel dus, kijken naar anderen en overnemen van de beste.

Voordracht HASP- richtlijn door Hans van Hirtum en discussie met Marius Buiting.

De richtlijn Huisarts-Specialist van NHG en MSF gaat over goede communicatie in de briefwisseling en over wie op een bepaald moment verantwoordelijk is voor de behandeling. Vooral tijdig bericht sturen van verwijsbrief, ontslagbrief na opname en na afsluiting polibehandeling. Veel nadruk ligt op tussentijdse berichtgeving wederzijds bij belangrijke gebeurtenissen voor de patiënt en bij opvallende nieuwe bevindingen. De verantwoordelijkheid ligt vanaf het eerste polibezoek tot na het afsluiten van de polibehandeling bij de specialist, althans voor de verwezen klacht. Er is een aanvullende Regionale Transmurale Afspraak hoe te handelen bij verwijzingen binnen het ziekenhuis. In acute gevallen verwijst de specialist door, maar verder wordt vooral terugverwezen naar de huisarts. In de discussie ging het m.n. om problemen rond herhaalreceptuur. Er zijn moeilijk oplosbare ICT-problemen (software leveranciers zijn moeilijk te bewegen tot aanpassingen) en er zijn vaak bureaucratische regels, bijvoorbeeld dubbelcheck van recepten, waar overigens al een sterke vereenvoudiging is doorgevoerd. Er werd voorgesteld herhaalreceptuur bij chronische patiënten af te schaffen. Een overzicht van actuele medicatie kan herhaalrecepten vervangen. En Buiting adviseert een afschafbeleid klein te beginnen met veiligheidskleppen en daarna de verzekeraar te benaderen en voorts maatwerk naar de patiënt en de expertise van de patiënt betrekken bij oplossingen, laat bijvoorbeeld patiënten meer zelf recepten checken. Een andere item was schaf de rompslomp rond verwijskaarten en herhaalververwijskaarten af.

Dag 2.  Klachten en Calamiteiten

Voordracht Marion van Arendonk, huisarts.

Bij een incident is er iets niet goed gedaan. Bij een complicatie is er iets niet goed gegaan en bij een calamiteit is er een gebeurtenis die tot de dood of ernstige schade voor de patiënt heeft geleid. Onderzoek (van Gaal) toonde bij patiëntcontacten 2,51% incidenten, waarvan 0,7% met merkbare gevolgen voor de patiënt. Bij de SKGE (Stichting Klachten en Geschillen Eerstelijns zorg) blijkt van de klachten 55% medisch, 31% betreft bejegening en 14% organisatorisch van aard. Er wordt in de huisartsopleiding aandacht besteed aan Veilige Incident Melding. En aan bewustwording dat fouten maken erbij hoort. Advies: ga snel in gesprek met de patiënt, die vindt het belangrijk wat je ermee gedaan hebt, om te voorkomen dat het anderen overkomt.
Voordracht Inge Mulders, hoofd cliëntenbelangen Elkerliek.
Zij gaat in gesprek met de patiënt, met het doel het vertrouwen te herstellen, waarmee de volgende stap, het indienen van een klacht, voorkomen kan worden. Er zijn gesprekken en leerpunten worden vastgesteld. 94% van de patiënten meldt iets om te voorkomen dat het anderen overkomt; straf staat onderaan bij de patiënt. Het Elkerliek kent 500 klachten en 30 claims per jaar. Er zijn meerdere procedures. De Klachtencommissie doel is: genoegdoening. Verzekering, via geschillencommissie of rechter doel is: schadevergoeding. Landelijk Meldpunt Zorg doel is: kwaliteitsverbetering. Tuchtcollege en strafrechter doel is: straftoekenning. Inge geeft adviezen: Je kunt desgewenst tegen de patiënt zeggen dat je iets fout hebt gedaan, maar je moet niets zeggen over aansprakelijkheid; daar gaat de verzekering over. Reageer vlot, maak zo nodig excuses, ben open, benoem leerpunten en geef geen waardeoordeel over een collega. Specialisten en huisartsen kunnen Inge Mulders altijd bellen voor informatie en begeleiding.

Voordracht Kees Doelman, voorzitter Calamiteitencommissie.

De commissie wil kijken naar waar ging het mis en wat kan er anders, niet een schuldige aanwijzen. Iets is pas een calamiteit ná onderzoek. De procedure bij een vermoeden van calamiteit is melden, alles anoniem, aan de RvB en de Inspectie, onderzoek doen eventueel ook met de Samenwerkende Algemene Ziekenhuizen, rapportage aan RvB en verbeteracties door RvB, dit is het belangrijkst; ze worden besproken met de vakgroep en thematisch ook met de staf, rapportage aan Inspectie, eindoordeel Inspectie en gesprekken met patiënt/familie, RvB en zorgverlener. Neem bij twijfel contact op met de commissie en overleg. Advies: praat met elkaar, met de patiënt, het ziekenhuis en de huisarts.

Discussie met de deelnemers.

Als een patiënt een klacht uit over een collega, toon begrip, maar ga niet in op de inhoud. Probeer na te gaan wat de patiënt van je vraagt. Adviseer terug te gaan naar die collega. Informeer de collega, desnoods de voorzitter van de vakgroep of Inge Mulders. Geef geen oordeel over een collega. De patiënt zoekt soms naar bevestiging. Probeer neutraal te antwoorden wanneer gevraagd wordt over een collega en let op wat je uitstraalt, ook non-verbaal. Noteer de info over een klacht in een apart, afgeschermd deel van het elektronisch dossier. Laagdrempelig elkaar informeren bij een calamiteit wordt op prijs gesteld. Het ziekenhuis is niet verplicht de huisarts te informeren, maar vraagt er wel toestemming voor aan de patent. Advies aan de huisarts: meld het overlijden van een patiënt aan de afdeling patiëntregistratie. En binnen de maatschap orthopaedie bespreekt men de klachten gezamenlijk, om ervan te leren en elkaar te steunen.
Het was een zeer informatief programma met heldere voordrachten. De discussiegroepen toonden grote betrokkenheid bij het onderwerp en er kwamen vrijwel eensluidende conclusies naar voren. 

Dag 3.  Voordracht door Kris Verburgh

Kris Verburgh is een Belgische arts, onderzoeker en publicist. Hij schreef o.a. De Voedselzandloper.

Zijn prachtige voordracht vulde de hele ochtend, met een overvloed aan gegevens. Hij begon met een overzicht van nieuwe technologie ten dienste van de geneeskunde, zoals steeds kleinere en implanteerbare sensoren die stoffen in het lichaam detecteren zoals insuline of DNA markers. En kunstmatige intelligentie, dat kan zorgen voor veel data en analyse om ziekten vroeg te herkennen. Bijvoorbeeld oogbewegingsanalyse om cognitieve achteruitgang te signaleren. Stemanalyse om Parkinson te voorspellen, analyse van een anamnese met een hersenscan om suïcidaliteit op te sporen. Vervolgens werd biotechnologie besproken, dat tools ontwikkelt, o.a. CRIPR-CAS 9 om genen te repareren en vervangen, waarmee genetische ziekten, kanker, infecties en zelfs veroudering kan worden tegengegaan. Het genoom uitlezen wordt goedkoper en levert een genetische scan. Maar je moet verder denken. De mechanismen van het epi genoom en het transscriptoom bepalen de werking van de genen. Er wordt onderzoek gedaan naar stoffen die deze werking beïnvloeden en dat kan leiden tot nieuwe medicijnen. Veroudering van cellen en organismen, de bio gerontologie, is een centraal thema in zijn betoog. Veroudering kan vertraagd en soms zelfs omgekeerd worden. Onderzoek ernaar komt pas op gang en geeft inzicht in ouderdomsziekten. Tot nu toe werden ouderdomsziekten afzonderlijk onderzocht, waardoor eigenlijk alleen gekeken werd naar de gevolgen van verouderingsprocessen. Inzichten in veroudering leiden ook tot nieuwe voedingsadviezen. Ongezonde voeding beïnvloedt het metabolisme, met o.a. DM, kanker en veroudering als gevolg. Met name dierlijke eiwitten in rood vlees en zuivel en ook koolhydraten zijn via nutrient-sensing pathways (met o.a. IGF-1 en mTOR) geassocieerd met veroudering en ouderdomsziekten. De voedingsadviezen van westerse overheden berusten te veel op consensus en te weinig op wetenschap. ‘Minder calorieën en meer bewegen’ is te simplistisch, omdat niet alle calorieën hetzelfde zijn. Harvard adviseert: minder brood, aardappelen, pasta, rijst. En i.p.v. rood vlees wit vlees, vis, groente en fruit. De nieuwe voedingspyramide met brede basis en smalle top ziet er dan zo uit: aan de basis groenten en fruit, plantaardige vetten, een beperkte hoeveelheid koolhydraten in de vorm van volkoren brood, volkoren pasta, bruine rijst. Daarboven noten, bonen, zaden, tofu en vis, wit vlees. Daarboven beperkt melkproducten, kaas en yoghurt zijn minder schadelijk dan melk – melk is gezond voor baby’s-  en aan de top weinig ruimte voor wit brood, aardappelen en rood vlees. I.p.v. chips adviseerde hij als snack: blauwe bessen, walnoten en donkere chocolade want ook dat is erg gezond, evenals koffie trouwens. Er bleef weinig tijd over voor discussie. Maar het was een fascinerend betoog, waarbij het bekende gegeven dat plantaardige voeding gezonder is dan dierlijke, genuanceerd en onderbouwd werd met vele wetenschappelijke gegevens.