Screening

Screening

Bij erfelijk prostaatcarcinoom, d.w.z. als de aandoening voorkomt:

  • Bij drie of meer 1e graads familieleden;
  • In elke van drie opeenvolgende generaties in de paternale of maternale lijn;
  • Bij twee of meer 1e of 2e graads familieleden vóór de leeftijd van 56 jaar.

Bepaling PSA in elk geval 1x per 2 jaar, bij een uitslag ruim binnen het referentie-interval.
Afhankelijk van de uitslag en de stijgingssnelheid vaker:
- Vanaf het 50e levensjaar tot het 70e levensjaar;
- Of 5 jaar voor de diagnoseleeftijd van de jongste aangedane patiënt.

Als er geen sprake is van erfelijk prostaatcarcinoom:

Er is momenteel nog geen consensus over het al dan niet zinvol zijn van screening op prostaatcarcinoom bij (oudere) mannen zonder klachten1), met uitzondering van patiënten met bovenstaande belaste familie-anamnese.
Zowel in de 1e als in de 2e lijn dient een terughoudend beleid te worden gevoerd ten aanzien van screenen middels een PSA bepaling. De ervaring leert echter dat het hoge aantal verzoeken van patiënten al tot een verkapte screening leidt. Een geïsoleerde PSA bepaling heeft geen toegevoegde waarde, maar dient altijd in combinatie met een rectaal toucher te worden uitgevoerd.

Als de patiënt zelf verzoekt om een PSA-bepaling:

De keuze voor een PSA bepaling bij patiënten zonder klachten of met mictieklachten, zonder verdacht rectaal toucher, dient gemaakt te worden in overleg met de patiënt, na adequate voorlichting over de voor- en nadelen in zijn specifieke geval. Informatie wordt gegeven over de keerzijde van overdiagnostiek (gevonden prostaatcarcinoom dat feitelijk geen behandeling behoeft) en overbehandeling (behandeling van prostaatcarcinoom zonder levensverlengend effect). Hiervoor kan de patiëntenbrief of de website www.thuisarts.nl/prostaat van het NHG worden gebruikt.


1) Uit de ERSCP studie (2010) bleek in de screeningsgroep (< 70 jaar) na een gemiddelde follow up duur van 9 jaar een reductie
van 20% op de sterfte aan prostaatcarcinoom. Echter, de waarde hiervan is betrekkelijk aangezien er 1410 mannen gescreend
moeten worden om 1 sterftegeval te voorkomen. Het NHG neemt het standpunt in dat de nadelen van de wetenschap
prostaatkankerdrager te zijn, met als gevolg periodieke controles, vermindering van kwaliteit van leven, en daarnaast de kosten,
niet opwegen tegen de baten van grootschalige of opportunistische screening.