Afspraken substitutiebeleid

U bevindt zich hier: Home | Werkafspraken | Transmurale afspraken | Maagklachten - RTA Farmacotherapie ZO Brabant | Afspraken substitutiebeleid

Afspraken substitutiebeleid

Inleiding:

Onderdeel van deze regionale transmurale afspraak zijn afspraken over de continuïteit van medicatiebeleid tussen 1e en 2e lijn. Doel hiervan is het verhogen van de medicatieveiligheid (voor een patiënt brengt de omzetting veel onduidelijkheid met zich mee, en kan leiden tot gebruik van meerdere middelen). Daarnaast is het doel van onderstaande afspraken om bij te dragen aan het streven om in de gezondheidszorg zoveel mogelijk doelmatig voor te schrijven. Hierbij is het van belang dat de prescriptievrijheid gewaarborgd blijft. Indien een voorschrijver een keuze maakt voor het voorschrijven van een bepaald middel, moet dit middel ook verstrekt worden aan de patiënt.

Huidige procedure bij opname:

Er zijn geen grote verschillen tussen de regionale ziekenhuizen onderling. Bij opname wordt op basis van de door patiënt opgegeven medicatie een lijst gemaakt van opnamemedicatie (=thuismedicatie + eventueel toegevoegde medicatie die klinisch wordt opgestart).
Vervolgens wordt alle maagmedicatie omgezet naar de voorkeurs protonpompremmer van het ziekenhuis. Bij klinisch gestarte medicatie wordt ook de voorkeurs protonpompremmer van het ziekenhuis gebruikt.

Procedure maagmedicatie voorschrijven bij opname en ontslag:

  1. In het St. Anna ziekenhuis zal de patiënt bij opname niet meer overgezet worden op het voorkeursmiddel van het ziekenhuis, maar wordt de thuismedicatie gehandhaafd.
  2. Voor de andere ziekenhuizen geldt:
    Bij door het ziekenhuis omgezette protonpompremmers wordt het middel na ontslag weer teruggezet naar het oorspronkelijke geneesmiddel dat in de eerste lijn is voorgeschreven.
  3. Bij in het ziekenhuis gestarte maagzuurremmende medicatie (protonpompremmers) wordt het geneesmiddel bij ontslag bij voorkeur omgezet naar een generiek preparaat door de voorschijver.
  4. Op het bericht van de ontslagmedicatie wordt door het ziekenhuis aangegeven of het om ontslagmedicatie gaat. Dit om het onderscheid voor de openbare apotheker tussen poliklinische en klinische receptuur duidelijk aan te geven.
  5. De openbare apotheker zoekt in het geval van voorgeschreven maagzuurremmende medicatie in het apothekerssysteem na of er al eerder protonpompremmers zijn voorgeschreven. Indien er geen indicatiewijziging is, kan het voor de opname gebruikte
    geneesmiddel terug gesubstitueerd worden door de openbare apotheker in een equivalente ddd. De prescriptievrijheid blijft gewaarborgd doordat een arts op het bericht van de ontslagmedicatie altijd kan aangeven dat een standaardomzetting niet gewenst is. Bij een expliciete prescriptie, d.w.z. een prescriptie met een ® achter de naam van het voorgeschreven middel, moet het voorgeschreven geneesmiddel worden verstrekt.
  6. Bij ongelijkwaardige therapiedoseringen neemt de openbare apotheker contact op met de voorschrijver.
  7. Indien patiënten bezwaar maken tegen de omzetting naar het oorspronkelijke geneesmiddel of het voorkeursmiddel, wordt het tweedelijns voorschrift gehandhaafd.